Je hebt dus: de zusters Ursulinen, vrouwen die generaties meisjes hebben opgevoed naar westers model. Ik hoor van die meisjes en hun nazaten verschillende verhalen, positief en beladen met wrok, tot in de kleindochters en achterkleindochters toe.
Wat is er in die kloosters gebeurd?
De zusters Ursulinen fascineren me al jaren. Vooral de eerste generaties, die nog het zware habijt droegen in de tropen.
En dan de grote onbekenden van de generaties: de vrouwen die moeder-overste werden.
Min of meer de manager met zowel taken in het klooster, ten opzichte van het moederhuis in Nederland en dan dit alles – echt, alles – moeten verantwoorden aan de hoogste Overste.
Niet klagen maar dragen,
en bidden om kracht.
Wie waren die eerste vrouwen toch? Daar valt nauwelijks nog achter te komen. Bij intrede kreeg of koos de vrouw een zusternaam, en haar wereldse naam legde ze af.
Ja, je gaat niet in een klooster om beroemd te worden. Kijk eens naar deze foto, uit de periode 1900-1910:
We zien oudere generaties zusters, en ook jongere, die vermoedelijk daar zijn ingetreden. Middelste rij in het midden zie ik misschien een niet-Hollands gezicht. De foto komt uit een jubileumboek van de Ursulinen. Namen staan er niet bij.
Mère Stanislas
Die eerste generaties dus. Ik vond een oud reisverhaal – echt gebeurd – van mère Stanislas. Zij schrijft dat op23 augustus 1872 vanuit het moederhuis te Venray (Limburg) vier zusters vertrokken naar Indië, met begeleiding van een pastoor Palinckx. Ze scheepten in, wetende:
- misschien sterf ik onderweg, aan boord heersen vreselijke zieken
- misschien zie ik Venray nooit meer terug
- misschien kan ik niet wennen in de tropen
Een inleiding bij het reisboek legt de titel ‘mère uit:
- De Zusters waren vier in getal, alle vier koorzusters, en daar deze allen in de Orde’der Ursulinen den titel van Mères dragen, heetten zij de Mères Marie Renelde, Marie Stanislas, Marie Bernardine en Marie Agathe.
Ze gingen. De belofte van gehoorzaamheid is gericht op doen. En de zusters Ursulinen waren er ook van overtuigd dat ze iets goeds kwamen brengen aan hun medemensen overzee: onderwijs, opvoeding, het evangelie dat zielen zou redden.
Dan wil je je wel inzetten.
Liefste zusjes
Het reisdagboek is bedoeld om de onderlinge zusterbanden vast te houden, legt Mère Stanislas uit. Ze richt zich dan ook tot: “Beminde Révérende Mère en liefste Zusjes”.
Toen was ik al om.
En ik ben protestants.
Misschien ben ik daarom gevoeliger voor de innigheid die in het katholieke zit. Het is ook een mooi geloof met wierook, glas in lood, heiligen en biechten met vergiffenis.
Wij hebben harde banken en de predestinatie. Toch anders.
Terug naar de zeereis.
De zusters vertrokken uit Den Helder om daar aan boord te gaan van de Conrad.
- Wel hadden wij er ons veel van voorgesteld, wel hadden wij er ons een groot denkbeeld van gevormd, doch zoo schoon als het er in werkelijkheid was, hadden wij het ons niet kunnen verbeelden.
- De zalen onder en boven zijn allerprachtigst, alles is er even rijk, alles tot gemak en genoegen der passagiers ingerigt. Niets ontbreekt er in de kajuiten en hutten, alles is er even zindelijk.
Dan weet je: deze vrouwen waren nog nooit op een schip gegaan.
Kolonialen
De eerste nacht was wennen, en toen lag de Conrad dus nog in de haven. Mère Stanislas vertelt:
- Wij sliepen met ons vieren in eene hut die niet te ruim was en zich daarbij nog in den vervelendsten hoek der boot bevond. De soldaten hadden hunne rustplaats boven, juist boven de onze en niettegenstaande wij onze ooren voor hun vloeken en geraas trachtten te sluiten, liet dit ons toch geen oogenblik rust.
- Daar voegde zich nog bij het akelig getier der dieren. Nu was ’t het geblaat der schapen, dan het gekwaak der ganzen, dan wederom het gekakel der kippen of het geknor der varkens, dat ons gedurig deed ontwaken. De eerste nacht in onze nieuwe woonplaats schonk ons dus zeer weinig rust.
- Bij al het gewoel en het leven dat ons omringde, mengde zich nog de treurige gedachte, dat wij den volgenden morgen ons dierbaar Vaderland en onze geliefde Zusters moesten verlaten.
Soldaten naar de Oost: de kolonialen die voor Indië hadden getekend. Dronken aan boord gaan was geen uitzondering.
Dan hou je toch je hart vast voor deze vrouwen. Zo weinig levenservaring, nu al heimwee, dat kan niet goed gaan.
Blijmoedig
Op zee vinden de zusters een plaats in de scheeps-samenleving. Ze zorgen voor kinderen, voor zieken, ze bidden veel, er is een kapel, een bibliotheek met gepaste lectuur, een stereoscoop, ze genieten van het eten en het uitzicht- een vorm van vrijheid die nieuw geweest moet zijn.
Wanneer ze van boord gaan, bezoeken ze ziekenhuizen en kloosters.
Het valt op hoe blijmoedig de zusters alles opnemen. Deze hele vreemde wereld nemen ze aan zoals die is. Niks achterdocht of kwaadaardige opmerkingen over andere etniciteiten.
En niks klagen. Denk aan de vrouwen in zware habijten:
- Het is hier in de Roode zee vreeselijk, ja ik durf bijna zeggen onverdragelijk warm. Men had er ons veel van voorspeld, men had ons gezegd, dat er dikwijls dames op het dek flaauw vielen en niet zelden passagiers onder die drukkende hitte bezweken. Wel hadden wij ons er het ergste van voorgesteld, maar toch zóó hadden wij het niet kunnen denken.
- Zij alleen, die deze reis gemaakt hebben, weten er mee te spreken. Er is vandaag 95 graden warmte op het dek en 115 in de machinekamer.
Als men ’s morgens een half uur aangekleed is, is alles reeds door en door nat en al ons goed zit vol ijzerroest van haken en spelden. Wij zitten den geheelen dag door op het dek in een luijerstoel en kunnen bepaald niets doen, zelfs is het ons te veel een woord te zeggen. Wij schrikken om voor de maaltijden naar beneden te gaan. Aanhoudend hebben wij een waaijer in de hand en een fleschje eau de Cologne naast ons. - Toch zitten wij te schudden van het lagchen en zeggen tegen elkander: ‘Zóó moesten we ons nu eens voor Venray laten photograferen’.
- De arme stokers hebben in die hitte zoo goed hun best gedaan als anders; wij hebben 64 mijlen afgelegd. Van de twee- en -twintig die daar den geheelen dag in de hitte voor die vuurovens gestaan hebben, zijn er drie flaauw gevallen.
Zusters met humor dus. Pluspuntje bij het emigreren. Het is dan 12 september 1872. Vijf dagen later sterft de scheepsarts, het is onduidelijk waaraan. Hij krijgt een zeemansgraf.
Batavia en Semarang
Pas op 3 oktober komen de zusters aan in Batavia. De eerste indrukken zijn positief:
Voor ons, die nooit in eenig oostersch land geweest waren, die uit Europa ineens naar Indië waren overgebragt, werd eene geheel nieuwe toekomst geopend. […]
Zagen wij dien vreemdsoortigen bouw der huizen, dat bonte gewemel van mannen en vrouwen van allerlei natiën, die verschillende kleederdragten, dat drukke gewoel, waarmede al dat volk zich hier te voet, te paard of in rijtuigen bewoog, of beschouwden wij die palmen, bananen en dadels, die breed getakte sycomoren, die fel gele en roode bloemen in de tuinen, onze oogen wisten niet, waar te rusten, alles trok ze even sterk aan en vervulde ons met bewondering en verbazing.
- Dan die fraaije, onveranderlijk blaauwe hemel, dat heerlijke ochtend en avondrood , dat met gloeijende kleuren het landschap overgoot, dat zonlicht, dat het helle wit of lichte geel der huizen zoo fel deed uitkomen, dan ‘ s avonds dat prachtige geflonker der sterren en dat heldere maanlicht, dat alle kunstmatige verlichting deed verbleeken, dat alles trof ons diep en kon ons niet genoeg Gods wonderwerken doen bewonderen.
Nog een puntje dus, naast humor: de overtuiging dat ook deze culturen tot de schepping behoorden. Maar ja, het onderwijs van de Ursulinen was wel helemaal westers.
Het reisdagboek eindigt hier min of meer. Begrijpelijk en ook jammer. Want hier begint het pas, getuige de brieven die er nog bij gevoegd zijn. De zusters blijven in Noordwijk en Weltevreden, waar ook les gegeven wordt. Mère Stanislas reist door naar de Ursulinen in Semarang en schrijft:
- Er zijn in het geheel 18 Zusters, en behalve het externaat van omtrent 100 kinderen, is er ook een weeshuis van 300 meisjes, waar zij dag en nacht de zorg over hebben; dus hebben zij ook hare handjes nog al vol. Het gebouw is groot en prachtig, en zeer goed ingerigt.
Ja, hallo!! Dan denk ik: Wie zijn die 100 kinderen, wie zijn die meisjes, wie betaalde dat luxe gebouw? En die 18 zusters, wie waren zij? Zo kom ik van de ene vraag op de andere, de wereld van de Zusters Ursulinen blijft boeiend. Op deze foto een gang uit het klooster te Noordwijk. O, daar eens te kunnen lopen…
Schrijftips
Hoe kent u de zusters Ursulinen? Wanneer er meisjes van uw familie ‘bij de zusters’ zijn geweest, heeft dat vrijwel altijd indruk gemaakt. Onderwijs en persoonlijke vorming waren belangrijk. Schrijven over de familie betekent ook nadenken over de historische context. Onderzoek doen kan daarbij horen. Wilt u eens vrijblijvend daarover van gedachten wisselen, maak dan via mijn digitale kalender een afspraak voor een telefoongesprek. Klik hier en kijk hoe dat gaat. (Er opent dan een nieuwe webpagina)
Wanneer er een nieuw artikel verschijnt, mail ik een berichtje aan degenen die zich hebben ingeschreven. Dan hoeft u niet te zoeken. Inschrijven kan door op het plaatje te klikken. Dan krijgt u meteen een ebook cadeau: Hoe begin ik? 5 gouden tips waarmee het altijd lukt
Prachtig verhaal,myn tante Betty was ook een zuster urseline in soerabaya en moeder overste mere Scholastica
Zy was onderwyzeres en ik heb by haar in de klas gezeten
Tydens de tweede wereldoorlog heeft ze myn moeder , haar zusje met 11 kinderen bygestaan
Wat een bijzondere herinnering is dit, ik hoop dat u meer over uw tante Betty gaat opschrijven.
Bijna mijn gehele vrouwelijke familie heeft in Batavia (later Jakarta) in Santa Ursula op school gezeten. Er was maar één uitzondering; een tante die naar de Chinese school ging. Het is nog steeds een echte meisjesschool, de jongens gingen naar Canisius. Santa Theresia, een beetje vergelijkbaar, is nu wel gemengd. Mijn nichtje, de dochter van mijn zus, is de laatste die op Santa Ursula heeft gezeten; als zij kinderen heeft zullen die zeker ook daar naar school gaan.
Het niveau, zoals in bijna alle katholieke scholen hier, wordt als zeer hoog gezien. Dat leidt er toe dat er zelfs moslim meisjes studeren, ik had er ook een paar in mijn klas. Wat op zich wel grappig is bij het ochtend gebed e.d. en na schooltijd gaat de hijab weer op. Ik ken eigenlijk niemand van mijn toenmalige klasgenoten die later geen universitaire opleiding heeft gevolgd, het opleidingsniveau is vergelijkbaar met VWO in Nederland, ASO in Vlaanderen.
We hebben elke paar jaar een reünie, die door de school wordt georganiseerd. De banden tussen de studentes zijn nog zeer sterk. Zelfs tussen hen vóór het social media tijdperk. Het is streng, maar in Indonesië wordt dat niet als een probleem gezien. Natuurlijk, zoals in elke school, is een uniform verplicht. Het extra-curriculum is ook goed, vanaf het begin heb ik er Nederlandse taallessen gevolgd.
Dank voor uw reactie, wat interessant dat zoveel meisjes verder studeerden. Dat kan ook een factor inspiratie zijn geweest. Nu ben ik heel benieuwd naar de tante die naar de Chinese school ging, als de uitzondering. Hopelijk heeft ze haar verhaal op papier gezet.
Ik ben in Sittard geweest. In de kapel van Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart was een inscriptie op de muur met dank voor de bescherming van Onze Lieve Vrouw van het Heilig Hart aan de zusters Ursulinen in Batavia en Soerabaja.
De devotie was vroeger echt levend in Batavia en Surabaya dankzij de zusters Ursulinen. Heeft u historische gegevens over deze devotie in de gemeenschap van de zusters Ursulinen in Batavia en Soerabaja in het verleden?
Ik dank u…
P. Yongki, MSC
Wat bijzonder om die inscriptie te zien, zo’n tastbaar teken van de verbinding tussen het moederhuis en de dappere zusters die naar de Oost durfden te gaan. Over devotie is vermoedelijk het meeste te vinden in zendingsbladen en misschien ook in voorschriften, maar u hoort wel de aarzeling waarmee ik dit zeg. Devotie zit (voorzover ik weet) immers in het diepste innerlijk, het is de toewijding die niet te zien is door een werelds oog. Of bedoelt u met devotie iets anders?
Vilan
Ik probeer een boekje te schrijven over mijn tante zuster Aldegonde van der Sluiszen. Ursulinen te Soerabaja en Malang, van 1925- 1945 overleden tgv oorlog. In kamp Semarang gezeten. Ik zoek ook contact met familie Blanken-Meesterman! Wie kan mij helpen/informeren? Met dank
Heel veel succes, het kan zomaar helpen om een digitaal vlaggetje te planten,
Mijn overleden oma Siegebertine Eveline Scipio, geboren in 1910 in Semarang en, is waarschijnlijk opgevoed door de zusters Ursulinen in Semarang . Ik vraag me af of ze een anak kolong,
de buitenechtelijke dochter was van Siegbertus Scipio en een njai? Wie
weet meer van haar geschiedeni?
Wanneer Siegbertus Scipio in dienst was van het Oost-Indische Leger, is de kans aanwezig dat de moeder van zijn dochter ook op zijn stamboekkaart genoemd is. Niet zeker. Maar zeer wel mogelijk. Met Anak Kolong zie ik een verwijzing naar de tangsi, vandaar deze aanvulling.